vrijdag 30 oktober 2009

Melancholia


Melancholia
Albrecht Dürer, Graphische Sammlung Albertina, Wenen.

'Het zijn melancholische dagen' leest de uitbater van het logement aan het kanaal in Vroomshoop in de Tubantia. De krant neerleggend herhaalt hij de woorden van de scheidende burgemeester van Tilburg. Hij staart naar de lege plek aan de tapkast waar gisteren nog het aantrekkelijke verdienmodel Merita zat. Toen hij terugkwam van zijn 'haircut' in de kapsalon was ze verdwenen, zonder een briefje achter te laten van alles dat in kas was. Een blaadje waait tegen het raam en blijft er even aan vast plakken, als een natte zoen. De waard zucht en neemt een slok van zijn koffie. Hoewel net zo zorgvuldig gezet als altijd, smaakt deze vandaag bitter. Het is herfstig, druk pratende scholieren komen voorbij fietsen, hij kijkt ze somber na. Over het kanaal schijnt een waterig zonnetje, de ogen van de waard worden vochtig. Het leek zo mooi te kunnen worden met dat verdienmodel en zijn Dichtersbank, maar het mocht niet zo zijn. "Tanden op elkaar, of wat er nog van over is" mompelt de vergunninghouder en verdiept zich in de pagina Geld Telt. Uit de speaker van de bejaarde Würlitzer jukebox klinkt Lonely Man Blues van Mica.

zaterdag 24 oktober 2009

Haircut


Elvis
Andy Warbol, Collectie Museum voor Reëele Kunst.

Op aandringen van zijn kersverse muze Merita besloot de eigenaar van het weinig florerende café om even naar de kapper te gaan. Behalve dun en futloos was zijn haar nu ook te lang geworden, het kriebelde in zijn nek. "Ik pas wel even op het café", zei Merita en nestelde zich aan de tapkast. Het haar woei in zijn gezicht toen hij langs het kanaal fietste naar kapsalon In Design. Deze salon onderscheidde zich van anderen door een filosofie uit te dragen, een aangename uitzondering in deze branche. Onder het knippen werd hij altijd bestookt met wijsgerige stellingen waarop hij als leek geen antwoord wist te geven. Bovendien moest hij steeds uitleggen waarom hij nooit op vakantie ging. Zo ook nu, hij zat nog maar net toen het kapstertje hem vroeg hoe zijn herfstvakantie geweest was. Hij murmelde iets onduidelijks dat overstemd werd door de boerenzoon in de stoel naast hem die uitriep: "Bouw der moar un keer langs!". De waard grinnikte zachtjes, die had hij nog nooit gehoord, zijnde een vertaling van wat de boer doet als hij een akker gaat ploegen. Zijn eigen haarwens was even simpel: hij wilde een 'haircut', net als de directeur van de Nederlandse Bank. Eigenlijk niet veel meer dan de spuuglok van Bill Haley, maar dan zonder Brylcreem.
Het meisje ging met zijn hoofd aan de slag, terwijl hij naast de spiegel de filosofie van de kapsalon las: 'Haar op zichzelf is kunst. Tenminste, als je kunst hetzelfde ziet als emotie. Daar komt gevoel bij kijken. Het is een beleving (Beleef). Je wordt ergens warm van, of helemaal niet.' De waard doezelde een beetje weg, schrok op van de Napoleon Blown Aparts op de radio met 'Do you like my haircut' en dacht aan zijn verdienmodel Merita.

woensdag 21 oktober 2009

Zelfportretten




Zelfportretten

Collectie Museum voor Reëele Kunst. Foto: Louis Radstaak©

Toen de jukebox en de waard met zijn danslustige verdienmodel weer tot bedaren waren gekomen zagen ze dat ze niet meer alleen waren. Bij de deur stond een kleine, Oosteuropees uitziende man met een kistje onder zijn arm. Met een zwaar accent zei hij: "Steiner, Saul Steiner is de naam. Ik maken portret van uzelf". Nieuwsgierig keek het verhitte tweetal de man aan. Toen zei Merita: "Wat leuk, mijn ex-baas Dirk Knippenga had ook een groot portret van zichzelf en zijn vrouw, het hing in het Museum voor Reëele Kunst". Ze zweeg even en vervolgde: "Dat is eigenlijk wel een leuk idee, een portret van jezelf, vind je ook niet waard?" Deze knikte instemmend en wenkte het mannetje naderbij. Steiner ging bij hun tafel zitten en maakte zijn kistje open. "Portret maken eenvoudig, alleen vinger nodig" zei hij en stalde een stempelkussen en een blokje Hahnemühle papier uit op het gore tafelkleedje. De waard en het ontslagen Westfriese model keken elkaar verbaasd aan en betastten hun wijsvingers. "Mag ik uw vinger?" zei de man en voegd de daad bij het woord. Eerst ging het vingertopje van Merita op het stempelkussen en daarna op het beroemde Duitse zware papier voor Schone Kunsten. De vettige vinger van de waard volgde en gaf een wat mindere afdruk, maar was toch goed herkenbaar. Saul Steiner bekeek tevreden zijn werk en zei: "Portretten van zelf klaar!". Het zojuist nog swingende tweetal keek een beetje bedremmeld naar de afdrukken maar toen de kunstenaar zei: "Reëele portretten, goed op u lijken!" verdween hun twijfel. Ze zeiden dat ze het helemaal waren en betaalden grif een bedrag dat nogal fors was. De kleine man stopte de bankbiljetten in zijn vale jas en groette beleefd voordat hij wat haastig het scheefstaande pand aan het Zwolse Kanaal verliet. De waard keek verrukt naar zijn rollebolmodel en de vingerafdrukken en zei: "Mooi hè, onze zelfportretten!?". In de verte verdween een kleine gestalte over de Puntkolkbrug, richting Den Ham.

dinsdag 20 oktober 2009

Paulianeus


illustratie: Louis Radstaak

Het verdienmodel Merita op haar beurt bekeek de waard uit haar ooghoeken aan het tafeltje bij het raam, waarlangs een enkel vrachtschip kwam met meestal een vrouwennaam op de boeg geschilderd. "Hij is te oud en te dik", dacht ze "en die neus, dat is werkelijk een kokkerd, nog groter dan het reukorgaan van haar ex-baas en dat mocht er ook zijn!". Sinds ze ergens gelezen had dat Aziaten Hollanders het volk met de lange neuzen noemen was ze er op gaan letten, op het dwangmatige af. Hoewel net als de Schaatsbankier van Westfriese afkomst had ze zelf een grappig neusje boven een grote zinnelijke mond die nu proefde aan de prosecco en het potentieel van de waard die haar zojuist over zijn dichterlijk financieel project had verteld. Hij deed haar denken aan Knippenga, een fantast van het zuiverste water mét charisma. Dat laatste miste deze grove, wat melancholiek uitziende man ten enen male, maar ze dichtte hem een goed hart toe. Hij kwam weer naar haar tafel met een charmante glimlach en een vol glas van het mousserende drankje dat dit jaar zo in was. De waard hief zijn glas schuimend bokbier en zei: "Proost, op uw gezondheid en uw schoonheid!". Merita lachte koket en tikte haar glas tegen het zijne terwijl ze zei: "Santé, op het handelen van de paulianeus en speciaal de uwe!". De waard begreep deze zin niet en lachte maar wat, terwijl hij een duik nam in het kanaalblauw van haar ogen, langs zijn neus weg haar decolleté bestudeerde en haar geur opsnoof. Plagerig tikte ze hem op zijn brildrager en zei: "Draai het nummer 'Money' van Annie Gallup in de jukebox en laten we gaan dansen!". De caféhouder van alle vergunningen was in de zevende hemel van de gemeente Twenterand...

maandag 19 oktober 2009

Verdienmodel

illustratie: Louis Radstaak

Opeens was ze er: Merita, het verdienmodel. Ze ging zitten aan een tafeltje bij een caféraam en bestelde een prosecco. De waard moest wel even zoeken in zijn drankkast, maar hij kon toch voldoen aan haar wens en serveerde het modedrankje zwierig, want hij was niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon. Ze wenkte hem om te gaan zitten aan het tafeltje met groezelig kleedje en begon over haar bezigheden. "Merita heet ik", zei ze met een lichte rookstem, "ik ben verdienmodel, maar sinds vandaag zit ik zonder werk, want mijn baas is failliet". Ze zweeg even en vervolgde: "Dirk Knippenga was mijn baas en ik deed het heel goed bij zijn bank als model, totdat de klad erin kwam, enfin, je hebt het waarschijnlijk wel gelezen in de Tubantia". De waard knikte, hij had de zaak met belangstelling gevolgd en had plannen om hetzelfde te gaan doen met zijn 'Dichtersbank', de bank voor dichters en andere arme duivels. Merita hoorde zijn plan aan en een sluwe glimlach verscheen op haar gezicht. "Maar beste waard", zei ze tegen de caféhouder, "het lijkt me dat wij zaken kunnen doen en misschien wel meer dan dat!", terwijl ze betekenisvol knipoogde. De gestalte tegenover haar bewoog onhandig en bloosde, terwijl hij dacht: "Een muze, wat is een Dichtersbank zonder een mooie muze?". Hij stond op om nog een prosecco te halen en liet zijn blik heimelijk dwalen over de goddelijke vormen aan het tafeltje in het verveloze café aan het Zwolse Kanaal in Vroomshoop.

woensdag 14 oktober 2009

Logo


Logo van de DICHTERSBANK® Letter: Staccato 222 BT.

Terwijl de waard op weg naar de Rabobank net als de pianist Liberace het huilen nader stond dan het lachen kreeg hij een idee: 'Waarom niet zelf een bank beginnen?' 'Makkelijk zat' om met Rooie Fred te spreken, Dirk Knippenga had het ook gedaan; ijverig bonnen uitschrijven, een kasboek netjes bijhouden en zorgen voor een goede uitstraling. En gewoon blijven doen, een kaartje blijven leggen met de klandizie, niet naast je schoenen met gaatjes gaan lopen.
Nadat hij bij de bank met de ongure Servokroatische naam zijn zaakjes geregeld had fietste hij over de Puntkolkbrug terug naar zijn intieme café. Hij ging een logo ontwerpen op zijn oude Apple computer. Het was al donker geworden toen hij opkeek van het beeldscherm en in de schemering het water zag rimpelen in de najaarswind. Tevreden keek hij naar het logo van de Bank voor Armen die hij zou gaan oprichten: de DICHTERSBANK. Voortaan zou niets meer hetzelfde zijn in de bankwereld, deze bank zou het wak vullen waarin de Schaatsbank van Knippenga was verdwenen.

dinsdag 13 oktober 2009

Schaatsbank



Portret van de oprichter van de Schaatsbank.
Collectie Museum voor Reëele Kunst. Foto: Louis Radstaak©

Het tumult in Wognum is de waard van het noodlijdende café aan het kanaal in Vroomshoop niet ontgaan. Op het beeldscherm van de in een hoek van de gelagkamer hangende oude Philips tv volgt hij de ontwikkelingen rond de Schaatsbank hoofdschuddend. Zijn klandizie kijkt mee en ondertussen diep in het glaasje. "Dirk" roept rooie Fred, "Ie'j hebt er 'n puijnhoop van 'emaakt!" en zijn drinkebroers knikken allen instemmend. Ze zien het somber in voor de schaatsers op het Zwolse kanaal: weg team, weg salaris, weg klapschaatsen, terug krabbelen naar huis op Friese doorlopers. Onderweg van honger in een wak hengelen naar een Zalm, maar die soort is al naar veiliger oorden vertrokken. De wal op klunen naar hereboeren van het type van Winstschoten en door hem gedreigd worden met het bellen van de wachtmeester der Rijkspolitie 'himself'. De waard droogt zijn handen aan zijn morsige voorschoot en maakt zich op te gaan doen wat hem geadviseerd is: een nieuwe bankrekening openen. Die van de Schaatsbank doet het nog tot woensdag, daarna is het waarschijnlijk afgelopen. In de spiegel achter de tap ziet hij de hoofden van gladde palingen als Frank de Raaf, Ed Naaipels, Klaas Wijting en andere baantjesjagers. 'De wereld is een lagere schoolplein', verzucht hij, 'na het speelkwartier voel je je weer beetgenomen door die rotzakjes'. Hij hoopt op een strenge winter, waarin vette vissen het moeilijk krijgen onder het kanaalijs. Op de schaatsbank voor het café zal hij onverschillig toekijken, neemt hij zich voor. Zuchtend stapt hij op de fiets, de Rabobank wacht al op hem. 'Wacht eens' dacht hij, 'wat betekent Rabo ook weer in het Servokroatisch?'.

vrijdag 9 oktober 2009

Oktoberfeesten


illustratie: Louis Radstaak

Uit het nabije Duitsland zijn ooit de oktoberfeesten overgewaaid, dit weekend gaat het 'los' in het zwaar concurrerende Cafe De Radstake met Heino, de hoogblonde laag zingende en slechtziende 'Schlagerprinz'. De waard moet met lede ogen en dito zaal aanzien dat het Twentse volk naar de Achterhoek trekt voor bier en 'brommers kiek'n'. Toch is er een lichtpuntje in het donkere café aan het stille kanaal: een nieuwe jukebox, besteld in China. Ze maken daar alles (na) en je kunt krijgen zoals je het hebben wilt. Dus staat daar nu een fonkelnieuwe Hein-o-la, gevuld met meezingers van de bekende tekstdichter Bastiaan Hiele. Vergenoegd bekijkt de waard het muziekmeubel en duwt een euro door de sleuf. Heino komt tot leven, de bassen dreunen, de hoge tonen snerpen, voorbijgangers kijken bevreemd naar de zware gestalte met bierbuik die zowaar met enige elegantie door het etablissement beweegt. De meeuwen aan de waterkant zijn opgeschrikt en een eind verder neergestreken in het avondlicht. De waard neuriet "Altijd oktober, altijd bladeren, altijd dit lege hart" en deint door de gelagkamer met een glaasje jenever in zijn morsige vingers en een weemoedige blik in zijn waterige ogen. Een passant mompelt: "De waard kump thoes!".

woensdag 7 oktober 2009

Oranjebitter


Aan de overkant van het cafe´bij het Zwolse kanaal in Vroomshoop lag de replica van de HMS Beagle nog steeds aangemeerd. De passagiers hadden het scheepje de vorige dag ordelijk verlaten, tenslotte was het een keurig gezelschap: de Bond van Oranjeverenigingen. Zij hadden hun jaarlijks congres gehouden in de zaal van een concurrent, stelde de waard van Café Radstaak de volgende dag enigszins bitter vast. In deze barre tijden kon hij best een extraatje gebruiken, ook al had hij een hekel aan Oranjeklanten. Hij dacht aan de dichter Richard Minne en diens mooie regels: "Veracht de burgerman, maar ledig zijne kruiken". Graag had hij de omzet van zijn Oranjeboombier en Oranjebitter royaal zien stijgen; het mocht niet zo zijn. Hij stond op en legde een portie bitterballen in de magnetron, terwjl hij zijn manchester broek opnieuw vastmaakte aan zijn slappe bretels. Zuchtend ging hij weer zitten en las verder in de Tubantia. Hij las de kop 'Prins moet weg uit vastgoedproject' en dacht aan de mooie villa Espérance een eind verderop aan het kanaal. Zou dat niet wat zijn voor Alexander? En ook goed voor de omzet, want de Prins houdt wel van een biertje... Hij nam een slok koffie en hapte in een te hete bitterbal, zijn vloek was buiten te horen, maar niemand nam aanstoot. Niemand zag ook dat hij de rest van de dag liep met een oranje Bic balpen door zijn brede neus, zoals hij dacht dat ze in Mozambique deden. "Verrek", dacht hij hikkend en oprispend, "Bic en Mozambique rijmen".

maandag 5 oktober 2009

De reis van de Beagle



De herfst diende zich aan met wind en regenvlagen bij het Zwolse Kanaal. De waard van het stille café keek over het water naar de sierlijke brug die open ging. Hij kon zijn ogen niet geloven: daar kwam een zeilschip met de naam 'Beagle'en het ging aanleggen bij de Puntkolk tegenover het café. Darwin, schoot het door hem heen, hier in Vroomshoop!? In zijn opwinding liet hij een dienblad met bierglazen uit zijn morsige handen vallen en beende naar buiten. Zou het dan toch waar zijn dat hier in deze diamant van de gemeente Twenterand de oorsprong van alle soorten en mogelijk zelfs de mens te vinden zou zijn? Opeens voorzag hij een grote toeloop naar zijn café en ging schielijk weer naar binnen om de scherven op te ruimen voordat zijn vaste klandizie kwam. In de spiegel achter de tap bekeek hij zijn brede kaken, platte neus en diepliggende ogen onder een vooruitstekende schedel en voelde een lichte trots over zijn nederige afstamming uit dat mooie Duitse dal. De jukebox kreeg de opdracht het nummer Bottle van ene Guy K te spelen.