dinsdag 17 november 2009

Sinterklaas


De intocht van Sinterklaas ging als vanouds over het donkere kanaal bij het plaatsje in de gemeente Twenterand. De kindervriend zwaaide vanaf de sleepboot 'Atlas' naar de ouders met hun kroost op de wal. Wie goed keek, zoals de waard van het slaperige café, zag in de vermomming de succesvolle speelgoedwinkelier Leeperink, die het met iedereen goed kon vinden en altijd een kwinkslag had voor de kinderen, waarbij hij hun in de wang kneep. Hij was ook wethouder van culturele zaken en verzon leuke dingen voor de mensen in Vroomshoop, waar anderen minder blij mee waren. Dit was zijn 'finest hour', dat zag je aan zijn brede lach en zijn gebaren naar de toegestroomde mensen. Veel kinderen waren niet meer te onderscheiden van de Sinterklaaspieten, ze waren geschminkt en droegen dezelfde pakjes met pofbroeken en mutsen met veren.
"De identificatie gaat wel erg ver'", mompelde de caféhouder tegen niemand in het bijzonder, "straks liggen die kinderen op de bank bij de kinderpsychiater te ijlen over wie ze zijn!". Toen hij weer opkeek van de tap zag hij dat de 'Atlas' teveel vaart had voor het afmeren. De sleepboot raakte de aanlegsteiger met een krakend geluid, de meeuwen schrokken krijsend op en de mensen zagen ontzet hoe de Goedheiligman plotseling in het koude water plonsde. Zijn mijter dreef als een dode vis richting Puntkolkbrug, zijn valse baard hing los en zijn brede lach was veranderd in een paniekerige grimas, Leeperink was de zwemkunst nauwelijks machtig. De kinderen joelden, de ouders veinsden ontzetting maar giechelden zachtjes toen Sinterklaas de staf beet greep waarmee hij naar de wal werd getrokken. "Net goed", gromde de waard, "moet hij maar niet steeds zo moeilijk doen over de verlenging van mijn virtuele volledige vergunning!".
Het voorval deed hem denken aan een grap die vaak verteld werd in de kroeg. Die ging zo: Twee Tukkers lopen langs het Zwolse Kanaal en zien een man spartelen in het water. De man roept: "Hilfe, Hilfe!!, gaat dan kopje onder. De Twentenaren blijven even staan, de man komt weer proestend boven en roept opnieuw: "Hilfe, Hilfe!!", nu nog paniekeriger. De Tukkers schudden hun hoofd, ze lopen verder en de een zegt tegen de ander: "Hie had better zwemm'n können leer'n as Duuts!"

'Reddingsboei bij de Puntkolkbrug', foto: A.M.J. Radstaak

woensdag 11 november 2009

Gouden ei


Aan het einde van een sombere novemberdag bemerkte de eigenaar van het etablissement aan het kanaal naar Zwolle dat er iets niet pluis was. Gewoonlijk kakelden de kipjes achter het café als hij hun eieren ging halen, maar deze keer waren ze muisstil en hokten wat bangig bijeen. Zelfs zijn favoriet Herma, de 'kip met de gouden eieren', had vandaag niets geproduceerd. Ze draaide een beetje met haar kale achterwerk om hem heen, maar kon niet vertellen wat er gebeurd was in de uren dat hij boodschappen was gaan doen in het nabije Den Ham. Een vos? De hond van de buren? Het was een raadsel.
De volgende dag hoorde hij van de stamgasten over een zich 'politieke beweging' noemend groepje dat door het dorp had gemarcheerd onder het slaken van verwensingen tegen iedereen die hun niet beviel. Vooral de naam Herman had vaak geklonken, gepaard gaande met bedreigingen. Geen wonder dat de kippen geschrokken waren en dat juist Herma 'geweldig van de leg was'. De waard moest niets van die politieke beweging hebben en de persoonsverering van hun geblondeerde voorman. Zijn bijnaam in de gelagkamer was 'Praatjesmaker Van Venlo'. Hij voorspelde zijn klandizie dat die beweging nog voor veel 'reuring' zou zorgen, terwijl hij zorgvuldig zijn gouden ei poetste, een geschenk van iemand uit Barneveld. Op de radio hoorde hij het lied 'Anne' van Herman van Veen, zijn gemoed schoot vol, de trillende stem deed hem denken aan zijn troetelkip wanneer zij speciaal voor de waard een glanzend ei legde.

foto: Pluimvee Vak Vereniging, Barneveld.

vrijdag 6 november 2009

Geldmuseum



Op een dag in oktober besloot de caféhouder met Volledige Vergunning de zaak te laten voor wat die was en naar het Geldmuseum in Utrecht te gaan. Daar liep een Expositie over de Kredietcrisis, de ontmoeting met het begeerlijke verdienmodel had hem nieuwsgierig gemaakt en geleerd dat geld niet stinkt, maar lekker ruikt naar parfum. Hij trok zijn beste pak aan, smeerde boterhammen voor onderweg en stapte met zijn lunch en de Tubantia op de trein, wat leesvoer en oordoppen moesten hem beschermen tegen de terreur van mobiele telefoongesprekken.
Aangekomen in de grote stad van de Rijksmunt was hij een beetje beduusd door de drukte, het zou wel nooit wennen voor een provinciaal... De straat naar het museum had een trottoir met tegels in brons van Nederlandse munten, binnen was zelfs een gang waar je kon lopen over een laag kopergeld onder perspex. Hij kreeg een opgetogen gevoel, hetzelfde als Dagobert Duck moest hebben wanneer hij een bad ging nemen in zijn 'lief geldje'. Het was een leerzame tentoonstelling over alles wat er mis was gegaan en had geleid tot de crisis, hoewel hij er nog steeds niet het fijne van begreep. In elk geval had Hebzucht er mee te maken, naast Melancholia een onuitroeibare ziekte bij de mens. In de museumwinkel liet hij een portret van zichzelf maken, daarvan zou met moderne technieken een munt gemaakt worden, zo beloofde het meisje aan de balie. Hij fantaseerde dat die munt het begin kon zijn van zijn droom een Dichtersbank te bezitten, een bank voor alle behoeftigen in deze steeds armer wordende samenleving. In de trein naar Vroomshoop bedacht hij allerlei slagzinnen in modern Nederlands: 'Pin a Poem", 'Hype a text', 'Read my chips' en andere.
Tevreden knagend aan zijn laatste boterham met pindakaas keek hij uit het treinraam naar de files op de snelweg en verlangde naar zijn vertrouwde groezelige virtuele café, waar een paar dagen later zijn kop op een munt ter waarde van 1 Lyra werd bezorgd door de Koninklijke TNT. Het spel kon beginnen...

Kruis en Munt van de munt 1 Lyra Dichtersbank, ill. Louis Radstaak.