vrijdag 25 december 2009

Klusfeest


De winter bracht de gebreken van het café in Twenterand weer aan het licht: kou, vocht en een bevroren waterleiding weerhielden de eigenaar van zijn eigenlijke werk: dagdromen en mijmeren achter de tapkast. In plaats daarvan begaf hij zich zuchtend naar de Praxis om te zoeken naar praktische oplossingen voor de problemen van het wrakke etablissement. Hij had een hekel aan die winkel, alles was er te duur, zelfs in de opruiming. Nog steeds lieten ze er de videoband van 'De Kabeltemmer' draaien, de eindeloze loop van de boodschap werkte hem op de zenuwen, terwijl hij tussen de schappen dwaalde. Latten, gipsplaat, schroeven, langzaam vond hij wat nodig was om zijn café koudebestendig te gaan maken.
Hij duwde zijn wagentje langs de rekken met kerstprullaria en stond zwijgend in een rij van jonge en oude echtparen, professionele klussers en mat kijkende doe het zelvers zoals hij. De vraag "Spaart u airmiles? van de kassière werd door hem beantwoord met een gemompeld: "Neen, ik heb vliegangst...", maar het ging verloren in een piep van de barcodescanner.
Buiten stond de jongste bediende te kleumen bij de laatste drie scharminkelige kerstbomen. De gipsplaat paste niet in de auto, zodat hij met open achterklep de vrieskou in moest. Bij het nemen van een bocht hoorde hij gekletter van hout, in zijn achteruitkijkspiegel maakte een van de latten een koprol over het wegdek, iemand toeterde hard om hem attent te maken op zijn verlies. Hij stopte en wachtte tot het verkeer verdwenen was om zijn lat van de weg te rapen. De waard bleef even vloekend in zijn auto zitten voordat hij weer verder reed. In zijn hoofd zeurde nog De Kabeltemmer en hij prevelde op schampere toon de slogan van Praxis: "Prettig Klusfeest". Het zou een lastig karwei worden met zijn zin voor perfectie en gebrekkige handvaardigheid. Als eerste daad draaide hij het bordje op de deur om naar GESLOTEN. In de jukebox vond hij een passende song: Handyman.

donderdag 3 december 2009

Netwerkers



Het woord is niet van de lucht bij de nieuwe bezoekers van het café aan het kanaal in de gemeente Twenterand: netwerken. De waard verbaast zich erover, ze zitten druk te praten over hun omzet, kansen en specialismen en waar die te verzilveren, ze doen hem denken aan autisten die proberen te converseren.
Soms waant hij zich in een Engelse kroeg, ze 'twitteren', zijn 'linked in', doen trainingen en workshops en gaan naar 'Open Coffee' gelegenheden. Zonder dat hij het wist geeft de waard nu ook gelegenheid aan deze nieuwe klanten om zich te profileren en de weg te vinden in de 'ratrace'. In plaats van ouderwets een kaartje te leggen schuiven ze elkaar visitekaartjes toe, nippen van hun cappucino en nemen een hapje van hun tosti, hij is er maar druk mee. De Italiaanse koffiemachine maakt overuren, het tostiapparaat krijgt geen rust en de vaatwasmachine draait op volle toeren. Hij wrijft de tap schoon, maar nodig is dat niet, er wordt niet gepimpeld door deze gasten, ze moeten hun geest onbeneveld houden voor de strijd om het bestaan.
Buiten is het druilen van november overgegaan in dat van december, af en toe komt er een vrachtschip langs, maar nooit stopt er meer een om aan te leggen en de schipper te horen zwetsen over het leven. Netwerken was vanzelfsprekend, niemand kende dat woord. Het zijn andere tijden geworden, de morsige waard moet er aan wennen. Hij kijkt naar de Nieuwe Mensen, op hun beurt kijken zij naar sms-jes op hun mobieltjes of bellen even dat 'ze eraan komen'. 'Waar dan?' vraagt de zwaarmoedige uitbater zich in stilte af. De jukebox zwijgt als de Netwerkers er zijn, hij kent zijn plaats in de geschiedenis waar hij een 'Fremdkörper' is geworden. Of is het 'Alien'? Hij denkt (ja, hij kan denken): "Beter een ouderwetsche automaat dan een moderne autist".