donderdag 27 februari 2014

De Vliegende Man


De nu wel zeer morsige en halfdronken Morsige Waard sloeg de straathoek om in Antwerpen en daar zag hij De Vliegende Man van Panamarenko. Eigenlijk daalt hij, de zes propellors staan al stil, een been heeft hij aan de grond. Hij moest denken aan het gedicht van ene Radstaak, een naamgenoot van hem:

Gehandicapte

terwijl ik mijn fiets leid aan de hand
word ik door een gehandicapte geroerd
hij staat te wiebelen op de trottoirband
het is een wilde eend, een woerd

eerst voelt hij met zijn rechterpoot
hoe diep het water is van die asfaltsloot
en als hij denkt daar te kunnen staan
komt ook het linkerbeen eraan

hij deint nog even na zo
net als een Deux Chevaux
en waggelt dan naar de wegas
alsof hij daar nooit weg was

het is een trotse minder valide
hij maakt mij behoorlijk timide
op een mountainbike lijk ik dan wel iets
maar in het koude water ben ik niets

hij trekt een arrogante snavel
boven zijn dik behaarde navel
vanwege het wringen van zijn wokkel
in het lijfje van een eendenmokkel

de trein uit Hengelo komt nader
ik denk aan de lichte dichter
die alle mannetjeseenden
liet uitstappen in Woerden

de zon gaat oranje ten onder
de woerd wordt langzaam een stip
hij denkt al aan een nieuwe wip
op het gehandicaptenvlonder.

dinsdag 4 februari 2014

Winterijsco


Na een rit per auto (neen, zijn brommer liet hij thuis in Vroomshoop) kwam hij aan bij de Arena te Amsterdam.  Hij keek verwonderd rond, wat een gebouwen en al die attracties. Zo zag hij een voor de winter ingepakte ijsco, toch wel gek: een ijsje inpakken voor de winter... Langs hem sjokten mensen voor inkopen op zaterdagmiddag die ondertussen op hun mobieltje keken. Wat is er toch altijd te zien op die dingen??